ECLI:NL:GHSGR:2011:BO9924
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A. Dupain
- J.C.N.B. Kaal
- D.J. de Brauw
- Rechtspraak.nl
Verbod op uitzetting van uitgeprocedeerd gezin met waarborg voor opvang en gezinsleven
In deze zaak staat centraal of de Staat de uitgeprocedeerde moeder en haar drie minderjarige kinderen uit de vrijheidsbeperkende locatie (vbl) mag verwijderen zonder adequate opvang en zorg te bieden. De Staat stelde dat na beëindiging van het recht op opvang alleen vertrek uit Nederland mogelijk is en dat opvang via kinderbeschermingsmaatregelen, zoals plaatsing in een pleeggezin, kan plaatsvinden. Het hof oordeelt echter dat het scheiden van de kinderen van hun moeder een disproportionele inbreuk vormt op hun recht op gezinsleven zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro.
Het hof benadrukt dat het familie- en gezinsleven van de moeder en kinderen al ruim negen jaar onafgebroken bestaat en dat de kinderen afhankelijk zijn van hun moeder, vooral gezien hun jonge leeftijd en gezondheidsproblemen. Hoewel de Staat beleidsvrijheid heeft, mag deze niet leiden tot het op straat zetten van de kinderen zonder passende opvang. De voorgestelde scheiding van het gezin is niet noodzakelijk en niet proportioneel.
Het hof vernietigt het eerdere vonnis en verbiedt de Staat om het gezin uit de opvang te verwijderen. De Staat moet het gezin onderdak en leefgeld blijven verstrekken zolang de kinderen minderjarig zijn en zich binnen de rechtsmacht van de Staat bevinden, totdat een gelijkwaardige opvang is geregeld of het gezin Nederland verlaat. De kosten van de procedure worden aan de Staat opgelegd.
Uitkomst: De Staat is verboden het uitgeprocedeerde gezin uit de opvang te verwijderen en moet onderdak en verzorging blijven bieden zolang de kinderen minderjarig zijn.