ECLI:NL:GHSGR:2011:BP1490

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
19 januari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.070.905-01
Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Stollenwerck
  • Van Dijk
  • Burgers-Thomassen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:204 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging benoeming vereffenaar bij zuivere aanvaarding nalatenschap

In deze zaak stond de benoeming van een vereffenaar over de nalatenschap van de overleden erflaatster centraal. De rechtbank had een notaris benoemd tot vereffenaar, maar het hof stelde vast dat alle erfgenamen de nalatenschap zuiver hadden aanvaard. Volgens artikel 4:204 BW Pro kan een vereffenaar alleen in specifieke gevallen worden benoemd, die hier niet van toepassing waren.

Verzoeker stelde dat hij wel degelijk een zelfstandig verzoek had gedaan tot benoeming van een andere notaris als vereffenaar, maar het hof oordeelde dat dit niet tot een andere uitkomst leidde. Verweerders wilden juist spoedig een vereffenaar benoemen vanwege financiële ontwikkelingen in de nalatenschap, maar ook dat standpunt werd verworpen.

Het hof vernietigde daarom de beschikking van de rechtbank en wees het verzoek tot benoeming van een vereffenaar af. De eerder benoemde vereffenaar moet worden uitgeschreven uit het boedelregister. Hiermee is bevestigd dat bij zuivere aanvaarding van een nalatenschap geen vereffenaar wordt benoemd zonder wettelijke grondslag.

Uitkomst: De benoeming van een vereffenaar wordt vernietigd en afgewezen vanwege zuivere aanvaarding van de nalatenschap zonder rechtsgrond.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE
Familiesector
Uitspraak : 19 januari 2011
Rekestnummer : 200.070.905/01
Rekestnr. rechtbank : F2 RK 09-3170
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: verzoeker,
advocaat mr. P.A. van Hecke te Rotterdam,
tegen
1. [X] ,
wonende te [woonplaats],
2. [Y],
wonende te [woonplaats],
3. [Z],
wonende te [woonplaats],
4. [Q],
wonende te [woonplaats],
hierna gezamenlijk te noemen: verweerders,
advocaat mr. A.D. Lindenbergh te Rotterdam.
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
Verzoeker is op 23 juli 2010 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 1 juni 2010 van de rechtbank Rotterdam.
Van de zijde van verweerders is bij het hof op 12 november 2010 een schriftelijke reactie ingekomen.
Van de zijde van verzoeker zijn bij het hof op 10 augustus 2010 en 3 september 2010 aanvullende stukken ingekomen.
Op 17 december 2010 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: de advocaat van verzoeker en verweerders [Z] en [Q], bijgestaan door hun advocaat mr. S. de Geus, waarnemend voor mr. A.D. Lindenbergh. De aanwezigen hebben het woord gevoerd.
Ter zitting is door de advocaat van verweerders een tweetal volmachten overgelegd, waaruit blijkt dat verweerders [Z] en [Q] zijn gemachtigd om namens [X] en [Y] in rechte op te treden.
PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN
Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.
Bij die beschikking heeft de rechtbank benoemd tot vereffenaar over de nalatenschap van [de vrouw], geboren [in 1928] te [woonplaats], laatst gewoond hebbende te [woonplaats] en overleden [in 2005] te [woonplaats]: mr. M.J. Moerland-Jansen, notaris te Brielle.
Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.
BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP
1. In geschil is de benoeming van mr. M.J. Moerland-Jansen, tot vereffenaar van de nalatenschap van Jannetje van Harskamp (hierna: erflaatster).
2. Verzoeker verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en te bepalen dat mr. P.G.J.M. Marres, notaris te Brielle aan het adres 3231 KC Kraaistraat 1, wordt benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap van erflaatster.
3. Verzoeker stelt zich op het standpunt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat er van de zijde van verweerder (in hoger beroep verzoeker) geen zelfstandig verzoek voorligt tot benoeming van een vereffenaar als gevolg waarvan de rechtbank de door verzoekers (in hoger beroep verweerders) voorgestelde persoon zal benoemen tot vereffenaar. Verzoeker betoogt dat hij wel degelijk een zelfstandig verzoek heeft gedaan tot benoeming van mr. Marres tot vereffenaar. Hij verwijst ter onderbouwing van zijn betoog naar de redactie van de bestreden beschikking en de door hem verzonden brief aan de rechtbank van 22 april 2010. Bovendien vloeit zijn verzoek voort uit het ter zitting gevoerde mondelinge verweer, aldus verzoeker. Verzoeker wenst benoeming van een onafhankelijk notaris tot vereffenaar, die bij geen van partijen bekend is, en verzoekt dan ook mr. Marres alsnog te benoemen tot vereffenaar.
4. Verweerders stellen zich op het standpunt dat zo spoedig mogelijk een vereffenaar dient te worden benoemd. Volgens verweerders zal namelijk het saldo van de nalatenschap, door de doorlopende kosten en de oplopende schuld van verzoeker aan de nalatenschap, een negatief resultaat laten zien op korte termijn. Verweerders hebben ter zitting nog betoogd dat het niet zal lukken tot een afwikkeling van de nalatenschap over te gaan zonder daarbij een buitenstaander te betrekken.
5. Het hof overweegt als volgt.
6. Het hof stelt allereerst vast dat de erfgenamen, verzoeker en verweerders, de nalatenschap van erflaatster zuiver hebben aanvaard.
7. Het hof is van oordeel dat nu sprake is van zuivere aanvaarding van de nalatenschap er geen rechtsgrond is voor de benoeming van een vereffenaar en overweegt daartoe als volgt.
Volgens artikel 4:204 van Pro het Burgerlijk Wetboek kan de rechtbank, indien een nalatenschap niet onder het voorrecht van boedelbeschrijving is aanvaard, alleen in enkele specifiek in de wet omschreven situaties een vereffenaar van de nalatenschap benoemen. Omdat in dit geval deze in de wet genoemde gronden niet aan de orde zijn had de rechtbank niet mogen overgaan tot benoeming van een vereffenaar. Het hof zal de bestreden beschikking dan ook vernietigen.
8. Mitsdien beslist het hof als volgt.
BESLISSING OP HET HOGER BEROEP
Het hof:
vernietigt de bestreden beschikking en, in zoverre opnieuw beschikkende:
wijst het inleidende verzoek van verweerders alsnog af;
wijst het in hoger beroep meer of anders verzochte af;
verstaat dat de griffier de in eerste aanleg benoemde vereffenaar onverwijld doet uitschrijven uit het boedelregister.
Deze beschikking is gegeven door mrs. Stollenwerck, Van Dijk en Burgers-Thomassen, bijgestaan door mr. Van der Kamp als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 januari 2011.