ECLI:NL:GHSGR:2011:BP1548
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.L.J. van Strien
- G.J.W. van Oven
- I.M. Abels
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep jeugdzaak wegens overschrijding redelijke termijn, OM ontvankelijk verklaard
In deze jeugdzaak stond de vraag centraal of het openbaar ministerie ontvankelijk moest worden verklaard ondanks een zeer forse overschrijding van de redelijke termijn. De verdachte was in eerste aanleg niet-ontvankelijk verklaard vanwege deze termijnoverschrijding. Het hof overwoog dat vaste rechtspraak van de Hoge Raad bepaalt dat een overschrijding van de redelijke termijn niet leidt tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie, ook niet in jeugdzaken.
De zaak betrof twee tenlastegelegde feiten met aanvangstermijnen vanaf januari 2006. De behandeling van de zaak kende meerdere aanhoudingen en vertragingen, mede door het ontbreken van transport van de verdachte en het wachten op gedragsdeskundigenrapportages. Uiteindelijk duurde het ruim 44 tot 48 maanden voordat het vonnis in eerste aanleg werd gewezen, wat een aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn is.
Het hof benadrukte het bijzondere pedagogische karakter van het jeugdstrafrecht en het belang van een snelle berechting, maar oordeelde dat de overschrijding niet tot niet-ontvankelijkheid van het OM mocht leiden. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en de zaak werd terugverwezen naar de rechtbank Rotterdam voor inhoudelijke behandeling met inachtneming van het arrest. Het hof wees ook op de mogelijkheid van toepassing van artikel 9a Sr bij de strafmaat, gelet op de termijnoverschrijding en persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
Uitkomst: Het hof vernietigde het vonnis, verklaarde het openbaar ministerie ontvankelijk en verwees de zaak terug naar de rechtbank Rotterdam.