ECLI:NL:GHSGR:2011:BP2327
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Raadkamer
- Klein Breteler
- Welbedacht
- Van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen overdracht gevangenisstraf aan Roemenië ongegrond verklaard
De veroordeelde was veroordeeld tot een gevangenisstraf van elf jaar en elf maanden wegens medeplegen van gekwalificeerde doodslag, gekwalificeerde diefstal en opzettelijke vrijheidsberoving. Na een ongewenstverklaring op grond van de Vreemdelingenwet werd een verzoek tot overdracht van de tenuitvoerlegging van de straf aan Roemenië ingediend, later ingetrokken door de veroordeelde, maar desondanks voortgezet door de Nederlandse autoriteiten.
De Roemeense autoriteiten stemden in met de overbrenging, maar de veroordeelde gaf bij de rechter-commissaris aan niet in te stemmen met de overbrenging. De Minister van Justitie besloot desalniettemin om de straf over te dragen aan Roemenië, waarop de veroordeelde bezwaar maakte bij het gerechtshof.
Het hof oordeelde dat instemming van de veroordeelde niet vereist is vanwege zijn ongewenstverklaring volgens de Vreemdelingenwet en het toepasselijke Europees verdrag. Het bezwaar werd inhoudelijk beoordeeld en verworpen omdat de Minister bij de belangenafweging redelijk heeft gehandeld. Ook het tijdsverloop en de medische situatie van de veroordeelde stonden een overbrenging niet in de weg.
Het hof verklaarde het bezwaar ongegrond en bevestigde dat de overdracht van de tenuitvoerlegging van de straf aan Roemenië kan plaatsvinden.
Uitkomst: Het hof verklaart het bezwaar tegen overdracht van de gevangenisstraf aan Roemenië ongegrond.