ECLI:NL:GHSGR:2011:BP3164
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- B. van Walderveen
- Th. Groeneveld
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen heffing gemeentelijke leges bouwvergunning eerste fase
Belanghebbende diende een aanvraag in voor een bouwvergunning eerste fase voor het bouwen van drie woningen. De gemeente Middelburg bracht hiervoor leges van € 6.159,66 in rekening. Belanghebbende betwistte de hoogte van deze leges en stelde dat deze niet in redelijke verhouding stonden tot de gemaakte kosten door de gemeente.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende in hoger beroep ging. Het hof onderzocht de Verordening op de heffing en invordering van leges en de daarbij behorende tarieventabel, vastgesteld door de gemeenteraad. Uit de stukken bleek dat de totale geraamde opbrengsten van de leges de geraamde kosten niet overschreden.
Het hof oordeelde dat geen rechtstreeks verband vereist is tussen de hoogte van de leges en de omvang van de verleende diensten of kosten. Ook is de gemeente niet verplicht een degressief tarief of limiet in de tariefstelling op te nemen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar bevestigd en de rechtbankuitspraak vernietigd. Daarnaast werd aan belanghebbende een vergoeding van griffierechten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de legesheffing bevestigd.