ECLI:NL:GHSGR:2011:BP3618
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- van Nievelt
- Kamminga
- Van Leuven
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling contactregeling na scheiding bij gezamenlijk gezag
De zaak betreft een geschil tussen ouders met gezamenlijk gezag over hun drie minderjarige kinderen, waarbij de vader verzoekt om een omgangsregeling. Het hof benoemde een deskundige om te bemiddelen en onderzoek te verrichten, maar de moeder weigerde met de vader om tafel te gaan en werkte niet mee aan het deskundigenonderzoek.
De deskundige rapporteerde dat de moeder haar eigen voorwaarden stelde en geen adviezen van deskundigen wilde opvolgen, wat in strijd is met de wettelijke plicht van ouders om de band tussen kinderen en de andere ouder te bevorderen (art. 1:247 lid 3 BW Pro). Het hof constateerde dat zonder medewerking van de moeder geen draagvlak bestaat bij de kinderen voor contact met de vader.
Het hof overwoog dat de vader geen beletselen vertoont en dat het eerdere onderzoek van de raad in 2006 ook een afwijzende houding van de kinderen jegens de vader toonde. De periode van schorsing van het contactrecht van de vader was inmiddels verlopen, waardoor hij geen belang meer had bij vernietiging van de eerdere beschikking.
Gelet op deze omstandigheden oordeelde het hof dat het op dit moment niet mogelijk is een contactregeling vast te stellen en wees het verzoek af. Tevens begrootte het hof de kosten van het deskundigenonderzoek en bepaalde dat deze ten laste van de rijkskas blijven.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot vaststelling van een contactregeling tussen de vader en de kinderen af.