ECLI:NL:GHSGR:2011:BP3627
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- B.A. Stoker-Klein
- A.J.M. Kaptein
- G.J.W. van Oven
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens onvoldoende bewijs
De veroordeelde is in eerste aanleg veroordeeld voor diefstal en medeplegen van het opzettelijk vervoeren van hennep. Het Openbaar Ministerie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, stellende dat de veroordeelde voordeel had uit de verkoop van hennep. De rechtbank wees deze vordering af, waarna het OM hoger beroep instelde.
In hoger beroep heeft het hof het dossier en de tapgesprekken onderzocht. Uit deze stukken blijkt dat de verkoopgesprekken alleen tussen medeveroordeelden plaatsvonden en dat de veroordeelde niet bij de verkoop betrokken was. Ook is niet aannemelijk dat de veroordeelde een vergoeding ontving voor zijn aandeel in de feiten. De verdediging stelde dat de veroordeelde slechts bij het vervoer betrokken was en geen voordeel had uit de verkoop.
Het hof concludeert dat onvoldoende bewijs bestaat dat de veroordeelde daadwerkelijk wederrechtelijk voordeel heeft verkregen uit de verkoop van de hennep of soortgelijke feiten. Daarom wijst het hof de vordering van het OM tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af en vernietigt het het vonnis van de rechtbank in zoverre.
Uitkomst: De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs.