ECLI:NL:GHSGR:2011:BP3759
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- G.P.A. Aler
- C.J. van der Wilt
- E.W. Koning
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens ontbreken grieven
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld door de politierechter in Rotterdam wegens fietsendiefstal. Tegen dit vonnis stelde hij hoger beroep in. Volgens artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering dient een verdachte binnen veertien dagen na het instellen van hoger beroep schriftelijk grieven tegen het vonnis in te dienen.
De verdachte heeft echter geen schriftelijke grieven ingediend binnen deze termijn en ook ter zitting in hoger beroep geen mondelinge bezwaren geuit. Het hof heeft ambtshalve onderzocht of er redenen zijn om de zaak inhoudelijk te behandelen, maar heeft deze niet kunnen vinden.
Daarnaast was er discussie over de geldigheid van de dagvaarding in hoger beroep, waarbij de advocaat-generaal stelde dat deze nietig zou moeten worden verklaard wegens het niet toezenden van een afschrift aan het adres dat de verdachte in zijn eerste verhoor had opgegeven. Het hof oordeelde echter dat de dagvaarding rechtsgeldig was betekend omdat het opgegeven adres het GBA-adres betrof en artikel 588a, eerste lid, Sv ziet op een ander adres dan het GBA-adres.
Op grond van deze overwegingen verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep en wees het de inhoudelijke behandeling af. Het arrest werd gewezen op 17 januari 2011 door het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het niet indienen van grieven.