ECLI:NL:GHSGR:2011:BP5760
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Mink
- Van den Wildenberg
- Van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ondertoezichtstelling minderjarigen en erkenning partner vader als belanghebbende
Het gerechtshof 's-Gravenhage behandelde het hoger beroep tegen de beschikking van de kinderrechter die de minderjarigen onder toezicht stelde van Jeugdzorg voor de periode van 17 augustus 2010 tot 17 augustus 2011. Verzoekers, de vader en zijn partner, stelden onder meer dat de partner van de vader ten onrechte niet als belanghebbende was aangemerkt en dat de ondertoezichtstelling onterecht was.
Het hof oordeelde dat de partner van de vader, die feitelijk met de vader en de minderjarigen in één huis woont en mede opvoedt, wel als belanghebbende moet worden aangemerkt. De grieven van de verzoekers over procedurele tekortkomingen en de deskundigheid van het onderzoek werden door het hof verworpen, mede omdat in hoger beroep de verzoekers voldoende gelegenheid hadden gekregen hun standpunten toe te lichten.
De raad voor de kinderbescherming had geadviseerd tot ondertoezichtstelling vanwege ernstige bedreiging van de zedelijke en geestelijke belangen van de minderjarigen, veroorzaakt door een langdurige en hevige strijd tussen de ouders en de betrokken partijen. Het hof onderschreef dit oordeel en vond dat vrijwillige hulpverlening onvoldoende was gezien het gebrek aan vertrouwen van de vader in hulpverlening.
Het hof bekrachtigde daarom de ondertoezichtstelling en stelde vast dat deze noodzakelijk is voor de veiligheid en ontwikkeling van de minderjarigen. Tevens vernietigde het hof het deel van de beschikking waarin de partner van de vader niet langer als belanghebbende werd aangemerkt en herstelde dit. Het beroep werd voor het overige afgewezen.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarigen wordt bekrachtigd en de partner van de vader wordt als belanghebbende erkend.