ECLI:NL:GHSGR:2011:BP6084
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- R.C.A. Duindam
- C.P.E.M. Fonteijn- Van der Meulen
- J.A.C. Bartels
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontuchtige handelingen met minderjarige vriendin
De verdachte werd beschuldigd van het plegen van ontuchtige handelingen met zijn toenmalige vriendin, die destijds jonger was dan twaalf jaar en later tussen twaalf en zestien jaar oud was. De feiten vonden plaats tussen oktober 2004 en februari 2006 in Nederland. Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig had gemaakt aan seksueel binnendringen en andere ontuchtige handelingen met het slachtoffer.
De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege niet-naleving van formele aanwijzingen tijdens het opsporingsonderzoek en dat verklaringen van het slachtoffer uitgesloten moesten worden. Het hof verwierp deze verweren, oordelend dat geen ernstige schending van vormvoorschriften had plaatsgevonden en dat de verklaringen betrouwbaar waren, mede door audiovisuele opnames.
Bij de strafmotivering nam het hof de ernst van de feiten, het misbruik van vertrouwensrelatie en leeftijdsverschil, en de psychische en lichamelijke gevolgen voor het slachtoffer mee. Tevens hield het hof rekening met een psychologisch rapport waaruit bleek dat de verdachte zwakbegaafd was en sociaal-emotioneel minder ontwikkeld. Gezien deze omstandigheden legde het hof een lagere straf op dan de rechtbank en de advocaat-generaal hadden gevorderd: een voorwaardelijke jeugddetentie van één maand met een proeftijd van twee jaar.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis en deed opnieuw recht, waarbij het bewezenverklaarde werd bevestigd en de verdachte werd veroordeeld tot de genoemde straf. De voorarresttijd wordt in mindering gebracht op een eventuele tenuitvoerlegging.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke jeugddetentie van één maand met een proeftijd van twee jaar wegens ontuchtige handelingen met minderjarige vriendin.