ECLI:NL:GHSGR:2011:BP6104
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.C. Fasseur-van Santen
- A.D. Kiers-Becking
- M.Y. Bonneur
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over normaal gebruik van Gemeenschapsmerk binnen één lidstaat
In deze zaak gaat het om een oppositieprocedure tussen [appellante], houdster van het Gemeenschapswoordmerk ONEL, en [geïntimeerde], die een Beneluxdepot van het woordmerk OMEL heeft verricht. Het Bureau voor de Intellectuele Eigendom wees de oppositie af omdat [appellante] niet aannemelijk had gemaakt dat zij het oudere merk normaal had gebruikt binnen de Gemeenschap.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of gebruik van een Gemeenschapsmerk binnen de grenzen van één lidstaat volstaat om te voldoen aan het vereiste van normaal gebruik zoals bedoeld in artikel 15 van Pro de Gemeenschapsmerkenverordening. [appellante] stelt dat dit het geval is, met verwijzing naar jurisprudentie van het Hof van Justitie en de doelstellingen van het Gemeenschapsmerk.
[geïntimeerde] betwist dit en wijst op het belang van het gehele grondgebied van de Gemeenschap en de Freihaltebedürfnis. Het hof concludeert dat normaal gebruik een autonoom Europees begrip is waarbij de territoriale omvang een factor is, maar gebruik in één lidstaat niet per definitie onvoldoende is.
Het hof acht het noodzakelijk prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie voor te leggen om duidelijkheid te verkrijgen over de uitleg van artikel 15 lid 1 van Pro de Gemeenschapsmerkenverordening. De procedure wordt geschorst totdat het HvJ EU uitspraak heeft gedaan.
Uitkomst: Procedure geschorst en prejudiciële vragen voorgelegd aan het HvJ EU over de uitleg van normaal gebruik van een Gemeenschapsmerk.