ECLI:NL:GHSGR:2011:BP6183
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Breederveld
- Roelvink-Verhoeff
- Rechtspraak.nl
Partneralimentatie en terugbetalingsverplichting bij wijziging draagkracht en behoefte
In deze zaak stond de hoogte van de partneralimentatie centraal, waarbij de man in hoger beroep verzocht de alimentatie te verlagen of te beëindigen vanwege gewijzigde financiële omstandigheden. Het hof stelde vast dat de vrouw een beperkte opleiding en werkervaring heeft en ondanks haar leeftijd en zorgtaken voldoende inspanningen heeft geleverd om in haar levensonderhoud te voorzien, maar niet volledig zelfvoorzienend is.
De draagkracht van de man was verminderd door het faillissement van een vennootschap waarin hij deelnam en het wegvallen van salaris vanaf juni 2009. Het hof nam het inkomen van de man over 2009 op €31.945 bruto aan en hield rekening met zijn AOW-uitkering vanaf april 2010, waarbij pensioenuitkeringen buiten beschouwing werden gelaten omdat deze al in de vermogensverdeling waren betrokken.
De behoefte van de vrouw werd vastgesteld op gemiddeld €492 per maand voor de periode van 3 februari 2009 tot 1 april 2010 en nihil daarna. Het hof oordeelde dat de vrouw het vermogen dat zij bezit, waaronder een eigen woning en spaargeld, bewust zo heeft belegd dat zij geen uitkeringen ontvangt, en dat dit voor haar rekening komt.
Ten slotte bepaalde het hof dat de vrouw de eventueel teveel betaalde alimentatie vanaf 3 februari 2009 aan de man moet terugbetalen, gelet op haar vermogenspositie. De bestreden beschikking werd vernietigd en het hoger beroep van de man verder afgewezen.
Uitkomst: Partneralimentatie vastgesteld op €492 per maand tot 1 april 2010 en nihil daarna, met terugbetalingsverplichting voor teveel betaalde alimentatie.