ECLI:NL:GHSGR:2011:BP6254
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van het verzoek tot wraking van rechters in strafzaak
In deze strafzaak heeft het Openbaar Ministerie op 16 februari 2011 een mondeling verzoek tot wraking ingediend tegen de voorzitter en leden van de meervoudige strafkamer van het gerechtshof 's-Gravenhage. Dit verzoek was gebaseerd op uitlatingen van de voorzitter tijdens een terechtzitting op 9 februari 2011.
De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld op 18 en 22 februari 2011. Uit het onderzoek bleek dat het verzoek pas een week na de bekendwording van de feiten en omstandigheden waarop het verzoek was gebaseerd, werd ingediend. Volgens artikel 513, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering moet een wrakingsverzoek worden gedaan zodra de feiten of omstandigheden bekend zijn.
Het hof oordeelde dat het verzoek niet tijdig was ingediend en verklaarde het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking. De beslissing werd gegeven door de rechters Welbedacht, Mos-Verstraten en van Rijkom op 1 maart 2011.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek tot wraking wegens niet-tijdige indiening.