ECLI:NL:GHSGR:2011:BP6261
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van het wrakingsverzoek tegen rechters wegens tijdsverloop
In deze strafzaak heeft het Openbaar Ministerie op 16 februari 2011 een mondeling wrakingsverzoek ingediend tegen de voorzitter en raadsheren van de meervoudige strafkamer, gebaseerd op uitlatingen van de voorzitter tijdens de terechtzitting van 9 februari 2011.
De wrakingskamer heeft het verzoek onderzocht en vastgesteld dat het verzoek niet tijdig was ingediend, aangezien artikel 513 van Pro het Wetboek van Strafvordering vereist dat een wrakingsverzoek wordt gedaan zodra de feiten of omstandigheden bekend zijn geworden. Het verzoek werd pas een week na de zitting van 9 februari ingediend.
De voorzitter en raadsheren hebben niet ingestemd met het wrakingsverzoek en wensten niet te worden gehoord. Na openbare behandeling op 18 en 22 februari 2011 heeft het hof het verzoek afgewezen en het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard.
Deze beslissing bevestigt het belang van tijdige indiening van wrakingsverzoeken om de rechterlijke onpartijdigheid te waarborgen en de voortgang van het proces niet onnodig te vertragen.
Uitkomst: Het hof verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek wegens niet-tijdige indiening.