ECLI:NL:GHSGR:2011:BP7050
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Husson
- Labohm
- Burgers-Thomassen
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot herroeping echtscheidingsbeschikking wegens bedrog en valsheid in geschrifte afgewezen wegens termijnoverschrijding
De vrouw verzocht het hof om de echtscheidingsbeschikking van 9 juni 2008 te herroepen op grond van bedrog en valsheid in geschrifte gepleegd door de man, waaronder het vervalsen van haar handtekening in de echtscheidingsprocedure zonder haar medeweten. Zij stelde dat de termijn voor herroeping nog niet was gaan lopen omdat het bewijs van bedrog nog niet erkend of vastgesteld was.
De man betwistte deze stellingen en voerde aan dat de vrouw steeds op de hoogte was geweest van de procedure en medewerking had verleend. Het hof oordeelde dat de vrouw op 2 december 2008 bekend was met de grondslag voor herroeping en dat de wettelijke termijn van drie maanden, zoals bepaald in artikel 383 Rv Pro, vanaf dat moment begon te lopen.
Omdat de vrouw haar verzoek tot herroeping pas op 3 november 2009 indiende, was dit buiten de termijn. Het hof bevestigde dat de uitleg van de termijn strikt moet zijn om rechtszekerheid te waarborgen. Daarom verklaarde het hof het verzoek niet-ontvankelijk en bekrachtigde de bestreden beschikking van de rechtbank.
Uitkomst: Het verzoek tot herroeping van de echtscheidingsbeschikking is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn.