ECLI:NL:GHSGR:2011:BP7486
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- B. van Walderveen
- Th. Groeneveld
- J.J.J. Engel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gedifferentieerde WGA-premie ondanks bezwaar tegen WAO-uitkering
Belanghebbende, een werkgever, betwistte de vaststelling van de gedifferentieerde premie Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) voor de jaren 2007 en 2008, omdat deze mede gebaseerd was op WAO-uitkeringen aan een voormalige werknemer. Zij stelde dat zij onvoldoende gelegenheid had gehad om bezwaar te maken tegen de WAO-uitkering en dat de wetgeving ongerechtvaardigd onderscheid maakt tussen vangnetgevallen.
De rechtbank wees het beroep af en bevestigde dat de WAO-uitkeringen terecht werden betrokken bij de premieheffing, mede gelet op de wettelijke bepalingen en de toelichting bij de Wet WIA. Het hof onderschreef dit oordeel en benadrukte dat de gedifferentieerde premie geen strafrechtelijk karakter heeft, maar een civiele verplichting betreft waar artikel 6 EVRM Pro op van toepassing is. Aangezien belanghebbende bezwaar en beroep had kunnen instellen tegen de uitkeringsbeslissing, was er geen schending van dit recht.
Het hof oordeelde tevens dat de wetgever een redelijke en objectieve rechtvaardiging heeft voor de premiedifferentiatie en de uitsluiting van bepaalde vangnetgevallen, waardoor geen sprake is van verboden discriminatie. De delegatiebevoegdheid van de wetgever was niet overschreden en de berekening van de premie was in overeenstemming met de wet. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraken van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de gedifferentieerde WGA-premie wordt bevestigd.