ECLI:NL:GHSGR:2011:BP9606
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Lückers
- Mink
- Hulsebosch
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij omgangsregeling minderjarige met onbekende verblijfplaats in buitenland
In deze zaak staat de vraag centraal of de Nederlandse rechter bevoegd is om te oordelen over een omgangsregeling tussen een vader en zijn minderjarige kind, nadat het kind in 2006 met de moeder naar een onbekende bestemming in het buitenland is vertrokken. De rechtbank had zich onbevoegd verklaard op grond van de Brussel II-bis Verordening, omdat de verblijfplaats van het kind onbekend was en de moeder geen uitdrukkelijke instemming gaf met de Nederlandse rechtsmacht.
De man, de biologische vader, kwam in hoger beroep tegen deze beschikking. De vrouw, moeder en alleenhouder van het ouderlijk gezag, verscheen niet in hoger beroep en leverde geen verweerschrift. Het hof overwoog dat de bevoegdheid van de Nederlandse rechter niet kon worden gebaseerd op de gewone verblijfplaats van het kind volgens artikel 12 Brussel Pro II-bis Verordening, noch op de artikelen 2 tot en met 8 Rv. Echter, op grond van artikel 9 sub b Rv Pro is de Nederlandse rechter wel bevoegd, omdat het voor de vader onmogelijk is een procedure in het buitenland aanhangig te maken gezien de onbekende verblijfplaats van moeder en kind.
Het hof vernietigde de bestreden beschikking en verwees de zaak terug naar de rechtbank ’s-Gravenhage om op de hoofdzaak te beslissen. Het verzoek van de man om een zoektocht naar de verblijfplaats van de vrouw en het kind te starten werd niet toegewezen, mede omdat de vrouw niet was verschenen in hoger beroep.
De uitspraak benadrukt het belang van de rechtsmacht in het belang van het kind en de toepassing van de Brusselse regelgeving in situaties waarin de verblijfplaats van het kind onbekend is, waarbij de Nederlandse rechter toch rechtsmacht kan hebben op grond van het nationale recht.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is en vernietigt de beschikking van de rechtbank die zich onbevoegd verklaarde, waarna de zaak wordt terugverwezen voor inhoudelijke behandeling.