ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ2091
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- J.C. Fasseur-van Santen
- T.H. Tanja-van den Broek
- T. Heukels
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot medewerking KPN aan subdistributie wegens onvoldoende onderbouwde mededingingsbeperking
One Netherlands B.V. vordert in hoger beroep dat KPN wordt verboden haar distributeurs te weerhouden van samenwerking met One en dat KPN medewerking verleent aan het functioneren van One als subdistributeur. One baseert haar vorderingen op de stelling dat de Afspraak in de partnerovereenkomst, die schriftelijke toestemming van KPN vereist voor het inschakelen van subpartners, een mededingingsbeperking inhoudt in strijd met artikel 6 van Pro de Mededingingswet en artikel 101 VWEU Pro.
Het hof oordeelt dat One onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld om aannemelijk te maken dat de Afspraak de mededinging merkbaar beperkt. De Afspraak kwalificeert niet als een hardcore-beperking van de mededinging, mede omdat de relatie tussen KPN en haar partners als zuivere agentuur kan worden beschouwd. Ook is onvoldoende onderbouwd dat de Afspraak een merkbare invloed heeft op de retailmarkt voor mobiele telecommunicatiediensten.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter dat de vorderingen van One worden afgewezen en veroordeelt One in de kosten van het geding. De subsidiaire vorderingen en de stelling dat KPN onzorgvuldig handelt worden niet toegewezen wegens gebrek aan onderbouwing.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep van One af en bekrachtigt het vonnis dat KPN niet hoeft mee te werken aan subdistributie vanwege onvoldoende onderbouwing van mededingingsbeperking.