ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ2153
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Kamminga
- Husson
- Van Veen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging partneralimentatie na echtscheiding bij kort huwelijk zonder kinderen
In deze zaak stond de hoogte en duur van de partneralimentatie na echtscheiding centraal. De man kwam in hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank die hem verplichtte €1.031 per maand aan de vrouw te betalen. De vrouw voerde incidenteel appel in met een verzoek tot verhoging van de alimentatie.
Het hof oordeelde dat de draagkracht van de man vaststaat en dat de totale behoefte van de vrouw €1.876 netto per maand bedraagt. De discussie betrof met name de vraag of een studiefinancieringslening van €287,54 per maand als inkomen moest worden beschouwd en of de vrouw naast haar studie inkomsten uit arbeid kon verwerven.
Het hof volgde de rechtbank in de kwalificatie van de studiefinancieringslening als inkomen, aangezien het gebruikelijk is dat studenten lenen en de keuze om niet te lenen niet ten laste van de man mag komen. Tevens werd de vrouw een beperkte verdiencapaciteit van €200 netto per maand toegekend, rekening houdend met haar studie en stage.
Na verrekening van studiefinanciering, stagevergoeding en zorgtoeslag kwam het hof tot een aanvullende behoefte van €686 netto per maand, wat overeenkomt met de vastgestelde alimentatie van €1.031 bruto per maand. De duur van de alimentatie blijft beperkt vanwege het korte huwelijk en het ontbreken van kinderen.
Het hof wees het verzoek van de vrouw tot verhoging van de alimentatie af wegens het ontbreken van een duidelijk petitum en bevestigde de beschikking van de rechtbank.
Uitkomst: De partneralimentatie van €1.031 per maand wordt bevestigd met een beperkte duur vanwege het korte huwelijk zonder kinderen.