ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ2500
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van de Poll
- Van Nievelt
- Zwagemaker
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie: vaststelling behoefte en draagkracht na echtscheiding
In deze zaak stond de vaststelling van partneralimentatie na echtscheiding centraal. De man was het niet eens met de rechtbankbeschikking die partneralimentatie met terugwerkende kracht vanaf 11 juni 2008 oplegde. Het hof stelde echter vast dat partijen tot 25 september 2010 een gezamenlijke huishouding voerden en achtte deze datum daarom als ingangsdatum redelijker.
Het hof baseerde de alimentatieberekening uitsluitend op de huidige financiële omstandigheden, gezien de onzekerheid omtrent de verkoop van de echtelijke woning. De behoefte van de vrouw werd vastgesteld op €1.918 netto per maand, gebaseerd op het gezinsinkomen en inkomsten uit verhuur en schoonmaakwerkzaamheden. De man voerde aan dat de vrouw niet behoeftig is omdat zij meer inkomsten kan verwerven, maar het hof oordeelde dat de vrouw aannemelijk heeft gemaakt niet volledig in haar levensonderhoud te kunnen voorzien.
De draagkracht van de man werd berekend op basis van zijn inkomen in 2009, waarbij een eenmalige pensioenuitkering en huuropbrengsten niet werden meegerekend. Na aftrek van redelijke lasten werd zijn draagkracht vastgesteld op een bedrag dat de partneralimentatie van €1.278 bruto per maand rechtvaardigt. Het hof vernietigde de eerdere beschikking en stelde de alimentatie vast met ingang van 25 september 2010, waarbij de man deze maandelijkse bijdrage bij vooruitbetaling dient te voldoen.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt vastgesteld op €1278 bruto per maand met ingang van 25 september 2010.