ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ2574
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van den Wildenberg
- De Haan-Boerdijk
- Van der Kuijl
- Rechtspraak.nl
Voogdij over minderjarige waarbij moeder zelf minderjarig is, belang van continuering stabiele opvoedingssituatie
De zaak betreft de voogdij over een minderjarige wiens moeder zelf minderjarig is en daardoor onbevoegd tot gezag. De rechtbank had de William Schrikker Stichting (WSS) benoemd tot voogd. De moeder stelde in hoger beroep dat het niet in het belang van het kind is dat de WSS de voogdij heeft, omdat de WSS tekort zou zijn geschoten in haar hulpverlening en de moeder-kind-band onvoldoende is bevorderd.
De raad en WSS betoogden dat de moeder nog niet geschikt is als opvoeder en onder toezicht staat, en dat het kind momenteel het meest gebaat is bij continuering van de stabiele opvoedingssituatie in het pleeggezin. Het hof oordeelde dat het kind, ongeveer anderhalf jaar oud, een hechtingsrelatie heeft opgebouwd met het pleeggezin en dat een terugplaatsing bij de moeder of haar moeder in de nabije toekomst niet aan de orde is.
Hoewel de moeder klachten had over de handelwijze van de WSS, acht het hof deze niet doorslaggevend. Het belang van het kind bij continuering van de huidige opvoedingssituatie weegt zwaarder dan het belang van de moeder bij het opbouwen van een moeder-kind-band. Het hof bekrachtigde daarom de beschikking van de rechtbank en wees het beroep van de moeder af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de voogdij van de William Schrikker Stichting over de minderjarige en wijst het hoger beroep van de moeder af.