ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ2910
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- Mink
- Van der Kuijl
- Rechtspraak.nl
Vaststelling minimale zorgregeling voor minderjarige kinderen na echtscheiding
In deze zaak staat de vaststelling van een zorgregeling voor drie minderjarige kinderen centraal na een echtscheiding. De rechtbank had eerder een uitgebreide omgangsregeling vastgesteld, die de vader niet kon naleven vanwege zijn psychische gesteldheid en beperkte woonruimte. De vader kwam in hoger beroep met het verzoek om een minder belastende regeling.
Het hof oordeelt dat de moeder ontvankelijk is in haar verzoek tot wijziging van de zorgregeling, omdat de oorspronkelijke vrijblijvende regeling niet langer voldoet en de kinderen behoefte hebben aan regelmatige omgang met hun vader. Hoewel de moeder een uitgebreidere regeling wenst, acht het hof het in het belang van de kinderen dat een minimale, maar wel nageleefde regeling wordt vastgesteld.
De vader mag de twee jongste minderjarigen eens in de twee weken op zondag van 12.00 tot 19.00 uur bij zich hebben, waarbij hij de kinderen ophaalt en terugbrengt. In geval van ziekte zal een familielid de zorg overnemen. Het hof vernietigt de eerdere beschikking en stelt deze regeling vast, met het oog op het belang van de kinderen en de praktische uitvoerbaarheid voor de vader.
Uitkomst: Het hof stelt een minimale zorgregeling vast waarbij de vader de twee jongste minderjarigen eens in de twee weken op zondag mag ontvangen.