ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ3461

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
24 januari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
22-003927-10
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 71 SvVerdrag betreffende de Europese Unie
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging gevangenisstraf voor diefstal ondanks verweer over EU-vrij verkeer en verslavingsvoorwaarde

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie weken, waarvan twee weken voorwaardelijk, wegens diefstal van een Beertender en/of wijnflessen uit een Albert Heijn-vestiging. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in.

In hoger beroep heeft het hof het vonnis van de politierechter bevestigd. Het hof verwierp het verweer dat de gevangenneming abusievelijk was bevolen vanwege het vermeende vluchtgevaar van de verdachte, die geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft en Poolse staatsburger is. Het hof oordeelde dat het beroep tegen de gevangennemingstermijn niet tijdig was ingesteld en daarom niet meer openstaat.

Daarnaast wees het hof het verweer af dat bij een voorwaardelijke straf met proeftijd een bijzondere voorwaarde kan worden opgelegd voor contact met een verslavingsinstelling vanwege een alcoholverslaving. Het hof bevestigde het vonnis met een aanvulling van gronden en sprak het arrest uit op 24 januari 2011.

Uitkomst: Het hof bevestigt de gevangenisstraf van drie weken, waarvan twee weken voorwaardelijk, voor diefstal.

Uitspraak

Rolnummer: 22-003927-10
Parketnummer: 09-900605-10
Datum uitspraak: 24 januari 2011
TEGENSPRAAK
Gerechtshof te 's-Gravenhage
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage van
19 juli 2010 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Polen) op
[geboortedag] 1975,
thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 10 januari 2011.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis waarvan beroep, en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie weken, met aftrek van voorarrest, waarvan twee weken voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Voorts is ter terechtzitting de gevangenneming van de verdachte bevolen en is de voorlopige hechtenis opgeheven met ingang van het tijdstip waarop de in verzekeringstelling en in voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd gelijk is geworden aan die van de opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 17 juli 2010 te 's-Gravenhage met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Beertender (merk: Heineken) en/of twee, althans (een) fles(sen) wijn (merk: Norton Merlot), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf Albert Heijn (vestiging: [vestiging]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.
Het vonnis waarvan beroep
De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van de eerste rechter, met dien verstande dat het hof in het vonnis waarvan beroep de hierna te vermelden aanvulling aanbrengt.
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte, evenals in eerste aanleg, het verweer gevoerd dat - kort gezegd - de rechter in eerste aanleg abusievelijk de gevangenneming ter terechtzitting had bevolen mede omdat cliënt geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland had en er aldus sprake van vluchtgevaar zou kunnen zijn. Nu verdachte van Poolse komaf is en daardoor staatsburger van de Europese Unie, zou dit argument op grond van het Verdrag betreffende de Europese Unie strijdig zijn met het - in dit verdrag neergelegde - beginsel van vrij verkeer van personen. Het hof gaat aan deze grief voorbij. Artikel 71 van Pro het Wetboek van Strafvordering verschaft de verdachte een beroepsmogelijkheid tegen de beslissing van de rechtbank tot gevangenneming. Van dit (termijn gebonden) rechtsmiddel heeft de verdachte geen gebruik gemaakt. Thans staat het beroep van de verdachte niet meer open.
Voorts heeft de raadsman het verweer gevoerd dat - kort gezegd - een verdachte die kampt met een alcoholverslaving, in geval van een voorwaardelijk op te leggen straf en een daaraan verbonden proeftijd, aanspraak kan maken op de oplegging van een bijzondere voorwaarde strekkende tot een verplicht te onderhouden contact met een verslavingsinstelling. Dit standpunt vindt geen steun in het recht. Het hof verwerpt het verweer.
Het vonnis waarvan beroep dient derhalve onder aanvulling van gronden te worden bevestigd.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt met aanvulling van gronden het vonnis waarvan beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. S.K. Welbedacht, mr. H.C. Wiersinga en mr. A.W.M. Bijloos, in bijzijn van de griffier mr. R.W. van Zanten. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 24 januari 2011.
Mr. A.W.M. Bijloos is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.