ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ3523
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Stollenwerck
- Mulder
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie en draagkrachtverdeling over vijf minderjarigen
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin haar verzoek om kinderalimentatie van €250 per maand per kind werd afgewezen. De man en vrouw hebben vijf minderjarige kinderen, waarvan vier biologisch en één juridisch van de man, die bij de vrouw verblijven.
Het geschil betreft de hoogte van de kinderalimentatie en de draagkrachtberekening van de man. De vrouw stelt dat de rechtbank ten onrechte alle schulden van de man heeft meegeteld, terwijl een deel daarvan voor rekening van zijn partner behoort te komen en sommige schulden onregelmatig worden afgelost. De man stelt dat de schulden terecht zijn meegenomen en dat ook rekening moet worden gehouden met zijn onderhoudsplicht voor een ander kind en de kosten van kinderopvang.
Het hof stelt vast dat het jaarinkomen van de man €31.897 bedraagt en dat alle schulden in beginsel in de draagkrachtberekening worden betrokken. Het hof houdt rekening met maandelijkse schulden van €410, omgangskosten van €23 en netto kinderopvangkosten van €143. De draagkracht wordt verdeeld over vijf kinderen met een draagkrachtpercentage van 70%, resulterend in een kinderalimentatie van €22 per kind per maand.
Het hof bepaalt dat de man binnen anderhalf jaar zijn schulden moet aflossen om in de toekomst een hogere draagkracht te verkrijgen. De ingangsdatum van de alimentatie wordt gesteld op de datum van de beschikking om te voorkomen dat de man met een achterstand begint. De bestreden beschikking wordt vernietigd en het verzoek van de vrouw wordt gedeeltelijk toegewezen.
Uitkomst: Man moet vanaf datum beschikking €22 per maand per kind betalen aan vrouw voor vijf minderjarigen.