ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ3566
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.H. de Wild
- H.M.A. de Groot
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor mishandeling van pasgeboren dochter met blauwe plekken en gebroken rib
De verdachte werd beschuldigd van mishandeling van zijn destijds pasgeboren dochter, waarbij het slachtoffer meerdere ernstige verwondingen opliep, waaronder bloedingen onder de schedel, schedelbreuken, netvliesbloedingen en ribfracturen. De medische rapporten wezen op niet-accidenteel letsel, vermoedelijk veroorzaakt door meerdere geweldsmomenten.
In eerste aanleg werd de verdachte vrijgesproken, maar het hof vernietigde dit vonnis en sprak hem vrij van de zwaarste tenlasteleggingen. Wel achtte het hof bewezen dat de verdachte zijn dochter hardhandig heeft vastgepakt, in bed heeft gegooid of laten vallen en in haar lichaam heeft geknepen, wat heeft geleid tot blauwe plekken en een gebroken rib.
Het hof concludeerde dat het ernstige hersenletsel niet overtuigend aan de verdachte kon worden toegerekend, mede omdat de benodigde krachten voor de schedelbreuken niet konden zijn ontstaan door het gedrag van de verdachte. Een gebroken rib werd niet als zwaar lichamelijk letsel aangemerkt. De straf werd vastgesteld op 8 maanden gevangenisstraf, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, mede vanwege de kwetsbaarheid van het slachtoffer en de overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, wegens mishandeling van zijn pasgeboren dochter.