ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ3568

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
15 april 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.077.608-01
Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Dijk
  • Labohm
  • Burgers-Thomassen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 43 EEX-VerordeningArt. 73 RvArt. 74 RvEEX-Verordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdverklaring hof in hoger beroep exequatur Spaanse uitspraak

In deze zaak betreft het een hoger beroep tegen de beschikking van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam die de verlening van exequatur van een uitspraak van de Rechtbank inzake Geweld tegen Vrouwen nummer 3 van Barcelona had toegestaan. De man, appellant in hoger beroep, verzocht het hof de bestreden beschikking te vernietigen en het verzoek van de vrouw af te wijzen.

Het hof overweegt dat op grond van de EEX-Verordening (Verordening 44/2001) het rechtsmiddel tegen een beslissing op het verzoek tot verlening van exequatur moet worden ingesteld bij de arrondissementsrechtbank, niet bij het gerechtshof. Daarom verklaart het hof zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep.

De zaak wordt overeenkomstig de artikelen 73 en 74 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering verwezen naar de rechtbank Rotterdam, die bevoegd is het rechtsmiddel te behandelen. De beslissing over de proceskosten wordt aan de rechtbank overgelaten.

De uitspraak is gedaan door de drie rechters van het hof op 15 april 2011 en geminuteerd op 20 april 2011.

Uitkomst: Het hof verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en verwijst de zaak naar de rechtbank Rotterdam.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE
Sector Civiel recht
Uitspraak : 15 april 2011
Zaaknummer : 200.077.608/01
Rekestnr. rechtbank : F2 RK 09-628
[appellant],
wonende te [Spanje],
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. M.F. Helderman te Hilversum,
tegen
[geïntimeerde]K,
wonende te [Spanje],
verweerster hoger beroep,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. F.D.P. Nobel te Rotterdam.
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
De man is op 23 november 2010 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 1 mei 2009 van voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam.
De vrouw heeft op 14 februari 2011 een verweerschrift ingediend.
Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:
van de zijde van de man:
- op 20 december 2010 een brief van diezelfde datum met bijlagen
van de zijde van de vrouw:
- op 30 maart 2011 een brief van 28 maart 2011 met bijlagen.
De zaak is op 15 april 2011 mondeling behandeld.
Ter zitting waren aanwezig:
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de advocaat van de vrouw.
De advocaat van de man heeft ter zitting pleitnotities overgelegd.
PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN
Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.
Bij die beschikking heeft de voorzieningenrechter de beslissing van de Rechtbank inzake Geweld tegen Vrouwen nummer 3 van Barcelona, uitgesproken op 6 november 2008, uitvoerbaar in Nederland verklaard. Voorts is de man veroordeeld in de kosten aan de zijde van de vrouw begroot op € 208,- aan verschotten en op € 452,- aan salaris voor de advocaat.
Het hof gaat uit van de door de voorzieningenrechter vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.
BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP
1. In geschil is de verlening van het exequatur van de beslissing van de Rechtbank inzake Geweld tegen Vrouwen nummer 3 van Barcelona, uitgesproken op 6 november 2008.
2. De man verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, het verzoek van de vrouw (het hof leest:) af te wijzen, althans haar de vordering te ontzeggen, als zijnde onvoldoende gegrond en bewezen en de vrouw te veroordelen in de kosten van de procedure, alsmede in de kosten van de procedure in eerste aanleg.
3. De vrouw bestrijdt het beroep en verzoekt het hof:
A. zich onbevoegd te verklaren van het appel kennis te nemen;
B. dan wel de man niet-ontvankelijk te verklaren in zijn appelverzoek;
C. dan wel het verzoek van de man tot vernietiging van de bestreden beschikking af te wijzen;
D. de man te veroordelen in de kosten van de procedure.
4. Het meest verstrekkende verweer van de vrouw strekt ten betoge dat het hof niet bevoegd is om kennis te nemen van het beroepschrift.
5. Het hof overweegt als volgt. Bij de bestreden beschikking is verlof verleend tot tenuitvoerlegging in Nederland van de uitspraak van 6 november 2008 van de rechtbank inzake Geweld tegen Vrouwen 3 van Barcelona. De voorzieningenrechter heeft het verzoek beoordeeld met toepassing van de verordening van 22 december 2000 van de Raad van de Europese Unie betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (EEX-verordening). Ingevolge artikel 43, tweede lid, in verbinding met het eerste lid van de EEX-Verordening kan elke partij een rechtsmiddel instellen tegen de beslissing op het verzoek tot verlof bij het in bijlage III bedoelde gerecht. Dit is voor de man, die in eerste aanleg verweerder was, de “arrondissementsrechtbank”.
6. Gelet op het voorgaande zal het hof zich onbevoegd verklaren van het onderhavige hoger beroep kennis te nemen. Het hof zal de zaak overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 73 en 74 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in de stand waarin zij zich bevindt verwijzen naar de rechtbank Rotterdam als bevoegde rechter, teneinde het door de man ingestelde rechtsmiddel te behandelen. De beslissing over de proceskosten wordt overgelaten aan de rechtbank.
BESLISSING OP HET HOGER BEROEP
Het hof:
verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van dit hoger beroep;
verwijst de zaak in de stand waarin zij zich bevindt naar de rechtbank Rotterdam;
bepaalt dat de beslissing over de proceskosten wordt overgelaten aan de rechtbank.
Deze beschikking is gegeven door mrs. Van Dijk, Labohm en Burgers-Thomassen, bijgestaan door de griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 april 2011 en geminuteerd op 20 april 2011.