ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ3873
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- W.P.C.M. Bruinsma
- S.A.J. van 't Hul
- P.H. Holthuis
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor afpersing, diefstal en mishandeling met gevangenisstraf van 7 maanden
De verdachte werd beschuldigd van drie strafbare feiten: afpersing van een geldbedrag op 28 december 2007, diefstal van een navigatiesysteem met geweld op dezelfde dag en mishandeling van een bezoeker in een discotheek op 19 mei 2007. In eerste aanleg werd verdachte veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf voor de eerste twee feiten en vrijgesproken van mishandeling. Het hof vernietigde dit vonnis en deed opnieuw recht.
Het hof achtte de herkenning van verdachte door aangever 1 tijdens een spiegelconfrontatie een betrouwbaar bewijs ondanks enkele inconsistenties in de omschrijving van kleding. Ook werd de niet-herkenning door aangever 2 bij een latere fotoselectie als niet doorslaggevend beoordeeld. De verdediging voerde diverse verweren aan, waaronder een alibi en twijfel over de herkenning, maar deze werden gepasseerd.
De mishandeling werd bewezen verklaard op grond van verklaringen van het slachtoffer en een beveiligingsmedewerker die verdachte als dader aanwezen. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 7 maanden, lager dan de gevorderde 8 maanden vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Daarnaast werd een schadevergoeding van €473,79 aan de benadeelde partij toegewezen en werd de tenuitvoerlegging van eerdere voorwaardelijke straffen gelast.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 7 maanden gevangenisstraf voor afpersing, diefstal en mishandeling met toewijzing van schadevergoeding.