ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ4130
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- N.J.M. van Etten
- B.A. Meulenbroek
- S. Bochove
- Rechtspraak.nl
Huurachterstand en medehuurderschap na echtscheiding van contractuele medehuurders
De vrouw en haar ex-echtgenoot sloten samen een huurovereenkomst als contractuele medehuurders. Na hun echtscheiding werd de huurtoewijzing niet expliciet door de rechter bepaald, waardoor de huur met de vrouw formeel niet eindigde volgens artikel 7:266 lid 5 BW Pro.
De verhuurder vorderde betaling van huurachterstand over een periode na het vertrek van de vrouw uit de woning. De vrouw stelde zich op het standpunt dat zij geen huurster meer was, omdat het huurrecht was toegedeeld aan haar ex-man in het echtscheidingsconvenant en de beschikking.
Het hof oordeelde dat het ontbreken van een rechterlijke beslissing over wie huurder bleef betekent dat de huur met de vrouw niet is geëindigd. Echter, gelet op de omstandigheden – het vertrek van de vrouw, het feit dat de verhuurder alleen met de man communiceerde en de huurachterstand pas na haar vertrek ontstond – is het onaanvaardbaar haar aansprakelijk te stellen voor de huurachterstand.
Daarom werd het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd, waarbij de vordering tegen de vrouw werd afgewezen en de verhuurder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vrouw wordt niet aansprakelijk gehouden voor de huurachterstand omdat de huur met haar niet formeel is geëindigd maar het onaanvaardbaar is haar tot betaling te verplichten.