ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ5555
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Mink
- Labohm
- Breederveld
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over toepasselijk recht en draagkracht bij vaststelling kinderalimentatie
In deze zaak stond de vaststelling van de kinderalimentatie centraal voor twee minderjarige kinderen. De vader was van mening dat Nederlands recht van toepassing moest zijn, terwijl de rechtbank had geoordeeld dat Engels recht van toepassing was vanwege de gewone verblijfplaats van de moeder en kinderen in Groot-Brittannië.
Het hof bevestigde dat op grond van het Haags Alimentatieverdrag 1973 inderdaad Engels recht van toepassing is. Wel oordeelde het hof dat het rapport van het Internationaal Juridisch Instituut, waarop de rechtbank haar oordeel deels had gebaseerd, niet aan beide partijen was verstrekt, waardoor het beginsel van hoor en wederhoor was geschonden.
De vader voerde aan dat de Engelse Child Support Act 1991 geen rekening houdt met zijn financiële draagkracht, hetgeen in strijd zou zijn met artikel 11 van Pro het Haags Alimentatieverdrag. Het hof stelde vast dat de Engelse wet vaste tarieven hanteert zonder de lasten van de onderhoudsplichtige mee te wegen.
Gezien de financiële situatie van de vader, met een netto IOAW-uitkering, aanzienlijke schulden en noodzakelijke kosten van levensonderhoud, concludeerde het hof dat hij geen draagkracht heeft om kinderalimentatie te betalen. Daarom vernietigde het hof de beschikking van de rechtbank en wees het verzoek van de moeder af.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek tot kinderalimentatie af wegens het ontbreken van draagkracht bij de vader.