ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ6860
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Klein Breteler
- Bakker
- Van Walderveen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek forfaitaire vergoeding kosten rechtsbijstand hoger beroep
Verzoeker heeft bij de rechtbank Middelburg een vergoeding van EUR 190,- gevorderd voor de dagen in verzekering doorgebracht in zijn strafzaak. De rechtbank kende een vergoeding toe van EUR 105,-. Tegen deze beslissing stelde verzoeker hoger beroep in bij het gerechtshof 's-Gravenhage.
Het hof behandelde het hoger beroep in raadkamer, waarbij de advocaat-generaal werd gehoord, maar verzoeker en zijn advocaat verschenen niet. Vervolgens diende de advocaat van verzoeker een verzoek in op grond van artikel 591a Sv tot toekenning van een forfaitaire vergoeding voor kosten van rechtsbijstand in hoger beroep.
Het hof oordeelde dat dit verzoek een nieuw verzoek is dat door verzoeker zelf moet worden ingediend of waarvoor verzoeker in raadkamer moet verschijnen om instemming te verklaren. Omdat het verzoek alleen door de advocaat was ondertekend en verzoeker niet verscheen, werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het verzoek om forfaitaire vergoeding kosten rechtsbijstand in hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard.