ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ7876
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake onredelijk bezwarend exoneratiebeding in telecommunicatieovereenkomst
Appellante sloot op 11 november 2008 een overeenkomst met KPN voor levering van telefonie- en internetdiensten. KPN beloofde de aansluiting binnen drie tot vier weken te realiseren, maar de installatie vond pas op 15 januari 2009 plaats. Appellante vorderde schadevergoeding wegens omzetverlies en onnodige kosten door deze vertraging.
De rechtbank wees de vorderingen af, stellende dat KPN tot 1 januari 2009 niet tekortgeschoten was en dat de schade in de periode daarna onvoldoende concreet was onderbouwd. Appellante ging hiertegen in hoger beroep en betoogde dat het exoneratiebeding in de algemene voorwaarden onredelijk bezwarend was en dat KPN grove schuld had.
Het hof oordeelde dat het exoneratiebeding, gelet op de aard van de overeenkomst, de professionele partijen en de branchepraktijk, niet onredelijk bezwarend is volgens artikel 6:233 BW Pro. De stelling van grove schuld werd onvoldoende geconcretiseerd. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellante in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de schadevordering van appellante af wegens geldigheid van het exoneratiebeding.