ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ8448
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van den Wildenberg
- Kamminga
- Punselie
- Rechtspraak.nl
Schorsing uitvoerbaarverklaring bij voorraad kinderalimentatie in hoger beroep
De vader kwam in hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin kinderalimentatie was vastgesteld met terugwerkende kracht vanaf 1 april 2008. Hij verzocht tevens om schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van deze beschikking, stellende dat tenuitvoerlegging misbruik van executiebevoegdheid zou opleveren en dat de beschikking op juridische en feitelijke misslagen berustte.
De moeder voerde geen verweer tegen het schorsingsverzoek, mede vanwege een onderlinge afspraak dat de vader gedurende de procedure in hoger beroep een kinderalimentatie van €250 per maand zou blijven voldoen. Hierdoor vond de mondelinge behandeling van het schorsingsverzoek geen doorgang.
Het hof nam de feiten zoals vastgesteld door de rechtbank over, aangezien daartegen geen grief was gericht. Gezien de instemming van de moeder en de gemaakte afspraken, besloot het hof de werking van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad te schorsen. De inhoudelijke behandeling van het hoger beroep werd op een later moment gepland.
Deze uitspraak betreft de procedure en beoordeling van het schorsingsverzoek en bevestigt dat de vader tijdelijk minder betaalt tijdens het hoger beroep, zonder afbreuk te doen aan de inhoudelijke beoordeling van de alimentatieplicht.
Uitkomst: De uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de beschikking over kinderalimentatie is geschorst, waarbij de vader gedurende het hoger beroep €250 per maand blijft betalen.