ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ8774
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.A. Schuering
- Rechtspraak.nl
Ontslag van instantie wegens te late betaling griffierecht in hoger beroep
Appellant stelde tijdig hoger beroep in tegen een vonnis van de Rechtbank ’s-Gravenhage en dagvaardde geïntimeerde. Beide partijen verschenen met advocaten. De zaak werd op 22 maart 2011 voor het eerst behandeld en aangehouden tot 26 april 2011 om betaling van het griffierecht af te wachten.
Appellant betaalde het griffierecht niet binnen de wettelijk gestelde termijn van vier weken na de eerste roldag, waardoor de betaling te laat bij het hof binnenkwam. Op grond van artikel 127a lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering leidde dit tot ontslag van geïntimeerde van deze instantie.
Het hof oordeelde dat geen onbillijkheid van overwegende aard bestond die toepassing van deze regel zou verhinderen. Daarom werd geïntimeerde ontslagen van verdere procedure en werd appellant veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep, vastgesteld op in totaal €731,-. Het arrest werd op 24 mei 2011 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen wegens te late betaling van het griffierecht en geïntimeerde wordt ontslagen van de instantie.