ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ9977

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
17 mei 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.083.842-01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • A.A. Schuering
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 3 WgbzArt. 127 lid 2 RvArt. 127a lid 2 RvArt. 127a lid 3 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag van instantie wegens niet tijdige betaling griffierecht in hoger beroep

Appellante, Uitvaart Beheermaatschappij Nederland B.V., stelde tijdig hoger beroep in tegen het vonnis van de rechtbank ’s-Gravenhage van 28 januari 2011. Voor het hoger beroep werd de zaak op 15 maart 2011 aangebracht en aangehouden tot 19 april 2011 om betaling van het griffierecht af te wachten.

Volgens artikel 3 lid 3 van Pro de Wet griffierechten burgerlijke zaken moest appellante het griffierecht binnen vier weken na de eerste roldag, dus uiterlijk 12 april 2011, betalen. Appellante betaalde het griffierecht echter pas op 27 april 2011, wat te laat was.

Het hof stelde vast dat er geen omstandigheden waren die een onbillijkheid van overwegende aard zouden veroorzaken bij toepassing van artikel 127 lid 2 Rv Pro. Daarom ontsloeg het hof geïntimeerde van de instantie en veroordeelde appellante in de proceskosten van het hoger beroep, vastgesteld op € 1.769,-- voor verschotten en € 447,-- voor salaris van de advocaat.

Het arrest werd op 17 mei 2011 in het openbaar uitgesproken door rechter A.A. Schuering.

Uitkomst: Hoger beroep wordt ontslagen wegens niet tijdige betaling van het griffierecht en appellante wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

Gerechtshof ‘s-Gravenhage
Sector Civiel recht
zaaknummer gerechtshof: 200.083.842/01
zaaknummer rechtbank ’s-Gravenhage: 382329 / KG ZA 10-1550
arrest d.d. 17 mei 2011
inzake
UITVAART BEHEERMAATSCHAPPIJ NEDERLAND B.V.,
gevestigd te ’s-Gravenhage,
appellante,
advocaat: mr. H.J. Smit te Rotterdam,
tegen:
[geïntimeerde],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde,
advocaat: mr. J.P. van Ginkel te ’s-Gravenhage.
Het geding
Voor het verloop van het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank ’s-Gravenhage van 28 januari 2011.
Appellante heeft tijdig hoger beroep ingesteld tegen het hiervoor genoemde vonnis en heeft geïntimeerde gedagvaard om op de rol voor dit hof te verschijnen.
Appellante heeft de zaak aangebracht. Voor appellante heeft zich een advocaat gesteld. Ook geïntimeerde is op die rol bij advocaat verschenen.
De zaak is op 15 maart 2011 aangehouden tot de rol van 19 april 2011 voor: Afwachten griffierecht appellante.
Appellante heeft niet binnen vier weken na de eerste roldag het griffierecht betaald.
In verband met het achterwege blijven van betaling van het griffierecht heeft het hof op 19 april 2011 bepaald dat heden arrest wordt gewezen op basis van het griffiedossier.
De motivering van de beslissing
1. De zaak is voor het eerst uitgeroepen op 15 maart 2011. Volgens art. 3 lid 3 van Pro de Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) moet appellant ervoor zorgen dat binnen vier weken na 15 maart 2011, dus uiterlijk 12 april 2011, het griffierecht is bijgeschreven op de rekening van dit hof. Appellante heeft op 27 april 2011 het verschuldigde griffierecht betaald.
Dit is dus te laat.
2. Van omstandigheden als bedoeld in art. 127a lid 3 Rv., dat de toepassing van art. 127 lid 2 Rv Pro., gelet op het belang van één of meer partijen bij toegang tot de rechter zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, is niet gebleken.
Nu appellante niet tijdig tot betaling van het griffierecht is overgegaan, zal geïntimeerde
overeenkomstig het bepaalde in artikel 127a, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van deze instantie worden ontslagen en zal appellante worden veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
De beslissing
Het hof:
- ontslaat geïntimeerde van deze instantie,
- veroordeelt appellante in de proceskosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van geïntimeerde vastgesteld op € 1.769,-- voor verschotten en op € 447,-- voor salaris van de advocaat.
Dit arrest is gewezen door mr A.A. Schuering, en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2011.