ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ9977
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.A. Schuering
- Rechtspraak.nl
Ontslag van instantie wegens niet tijdige betaling griffierecht in hoger beroep
Appellante, Uitvaart Beheermaatschappij Nederland B.V., stelde tijdig hoger beroep in tegen het vonnis van de rechtbank ’s-Gravenhage van 28 januari 2011. Voor het hoger beroep werd de zaak op 15 maart 2011 aangebracht en aangehouden tot 19 april 2011 om betaling van het griffierecht af te wachten.
Volgens artikel 3 lid 3 van Pro de Wet griffierechten burgerlijke zaken moest appellante het griffierecht binnen vier weken na de eerste roldag, dus uiterlijk 12 april 2011, betalen. Appellante betaalde het griffierecht echter pas op 27 april 2011, wat te laat was.
Het hof stelde vast dat er geen omstandigheden waren die een onbillijkheid van overwegende aard zouden veroorzaken bij toepassing van artikel 127 lid 2 Rv Pro. Daarom ontsloeg het hof geïntimeerde van de instantie en veroordeelde appellante in de proceskosten van het hoger beroep, vastgesteld op € 1.769,-- voor verschotten en € 447,-- voor salaris van de advocaat.
Het arrest werd op 17 mei 2011 in het openbaar uitgesproken door rechter A.A. Schuering.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ontslagen wegens niet tijdige betaling van het griffierecht en appellante wordt veroordeeld in de proceskosten.