ECLI:NL:GHSGR:2011:BR0242
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Lückers
- Kamminga
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing voogdij en terugplaatsing minderjarige bij moeder
De moeder verzocht het hof om de voogdij over haar minderjarige kind, dat sinds kort na geboorte bij pleegouders woont, op te heffen en het gezag aan haar toe te wijzen. De rechtbank had dit verzoek reeds afgewezen. Het hof bevestigt deze beslissing na beoordeling van de feiten en omstandigheden.
De minderjarige verblijft al 12 jaar bij de pleegouders, die zij als haar ouders beschouwt. De pleegouders hebben haar onafgebroken verzorgd en opgevoed. De minderjarige is goed gesetteld in haar huidige woonplaats, heeft sociale contacten en ontwikkelt zich positief. De moeder onderhoudt regelmatig contact met het kind.
De moeder stelde dat er onvoldoende onafhankelijk onderzoek was gedaan naar de mogelijkheid van terugplaatsing en dat de rechtbank een subjectieve afweging had gemaakt. Jeugdzorg verwees naar een eerder onderzoek uit 2003 waarin zorgen waren geuit over de pedagogische vaardigheden van de moeder en betoogde dat terugplaatsing schadelijk zou zijn voor het kind.
Het hof acht de vrees gegrond dat een overgang naar het gezin van de moeder de belangen van de minderjarige zou schaden, mede vanwege haar verstandelijke beperking en langdurige verblijf bij de pleegouders. Het belang van continuïteit in de opvoeding weegt zwaar. Daarom wordt het verzoek van de moeder afgewezen en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de moeder af en bekrachtigt de voogdijmaatregel ten gunste van de pleegouders.