ECLI:NL:GHSGR:2011:BR1354
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- B.A. Stoker-Klein
- G.J.W. van Oven
- M.C.R. Derkx
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak medeplichtigheid moord en vuurwapenbezit, veroordeling voor bezit munitie
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf voor medeplichtigheid aan moord en het bezit van een vuurwapen en munitie. In hoger beroep heeft het hof het vonnis vernietigd en de verdachte vrijgesproken van medeplichtigheid aan moord en het bezit van een vuurwapen vanwege onvoldoende bewijs. De verklaringen van de medeverdachte waren wisselend en onbetrouwbaar, en het dossier bevatte geen aanvullend bewijs voor levering van het vuurwapen door de verdachte.
Wel acht het hof bewezen dat de verdachte in de periode van juli tot september 2009 munitie van categorie III, te weten 50 patronen kaliber .357 Magnum, in bezit had. De verdachte werd daarvoor veroordeeld tot een gevangenisstraf van één maand, met aftrek van voorarrest. Het hof benadrukte de ernst van het bezit van munitie gezien het gevaar en de maatschappelijke onveiligheid die daarmee gepaard gaan.
De verdediging voerde onder meer aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege schending van het recht op een eerlijk proces, en dat verklaringen van de medeverdachte moesten worden uitgesloten wegens druk en onbetrouwbaarheid. Het hof verwierp deze verweren en oordeelde dat de verklaringen niet konden worden uitgesloten en dat het ondervragingsrecht voldoende was gewaarborgd.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis en deed opnieuw recht, waarbij het de verdachte vrijsprak van de zwaardere tenlasteleggingen en veroordeelde voor het bezit van munitie. De voorlopige hechtenis werd opgeheven en de tijd die de verdachte in voorarrest had doorgebracht, werd in mindering gebracht op de opgelegde straf.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van medeplichtigheid aan moord en vuurwapenbezit, veroordeeld tot één maand gevangenisstraf voor bezit van munitie.