ECLI:NL:GHSGR:2011:BR1622
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Stille
- Stollenwerck
- Mertens-de Jong
- Rechtspraak.nl
Berekening en verevening pensioenvoorziening bij echtscheiding met afstorting door BV
In deze zaak stond de berekening van de waarde van de pensioenvoorziening van de ex-echtgenote centraal, alsmede de vraag of de BV als werkgever en ex-echtgenoot de pensioenreserve tijdig had afgestort. De BV kwam in hoger beroep tegen het vonnis van de voorzieningenrechter dat het vorderingsrecht van de ex-echtgenote tot betaling van een bedrag van circa €310.911,-- aannemelijk achtte.
Het hof oordeelde dat de peildatum voor de berekening van de pensioenvoorziening de datum van echtscheiding is, 14 april 2005. De BV diende ervoor zorg te dragen dat de pensioenreserve aan de ex-echtgenote werd uitgekeerd, aangezien de BV werd beheerst door de ex-echtgenoot. De BV had nagelaten de pensioenvoorziening af te storten bij een externe pensioenverzekeraar, wat onredelijk was jegens de ex-echtgenote.
Verder stelde het hof vast dat de rente over de pensioenrechten vanaf de datum van echtscheiding verschuldigd is, omdat in de waarde van de pensioenaanspraken geen rente was verdisconteerd. De door de BV aangevoerde berekeningen ontbraken aan onderliggende stukken en werden door de ex-echtgenote gemotiveerd bestreden, waardoor het hof geen aanleiding zag tot nader onderzoek. Alle grieven van de BV werden verworpen en het vonnis werd bekrachtigd, waarbij de BV werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt de BV tot betaling van de pensioenvoorziening inclusief wettelijke rente vanaf de echtscheidingsdatum.