ECLI:NL:GHSGR:2011:BR1639
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Lückers
- Labohm
- Kamminga
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid hoger beroep ondanks te late betaling griffierecht wegens hardheidsclausule
In deze zaak heeft de man hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank 's-Gravenhage inzake de hoofdverblijfplaats van minderjarige kinderen, alimentatieverplichtingen en de verdeling van huwelijkse voorwaarden en gemeenschappelijke goederen.
De man betaalde het griffierecht niet binnen de wettelijke termijn van vier weken na indiening van het beroepschrift, maar enkele dagen te laat. De vrouw stelde dat dit tot niet-ontvankelijkheid moest leiden, terwijl de man zich op de hardheidsclausule van artikel 282a lid 4 Rv beriep, omdat de griffie hem telefonisch had medegedeeld dat het beroep ondanks de late betaling ontvankelijk zou zijn en omdat een aanmaning na de termijn de verwachting had gewekt dat alsnog ontvankelijkheid mogelijk was.
Het hof oordeelde dat het niet ontvangen van de nota geen geldig excuus is voor te late betaling, maar dat in dit geval de omstandigheden, waaronder de aanmaning en mededelingen van de griffie, een redelijke verwachting hadden gewekt dat het beroep ontvankelijk zou worden verklaard. Gelet op het belang van de man bij toegang tot de rechter en de recente invoering van de regeling, zou niet-ontvankelijkheid een onevenredige schending zijn.
Daarom verklaarde het hof de man ontvankelijk in zijn hoger beroep en bepaalde dat de zaak inhoudelijk zal worden voortgezet. De beschikking is uitgesproken door de rechters Lückers, Labohm en Kamminga op 6 juli 2011.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep ontvankelijk ondanks te late betaling van het griffierecht vanwege toepassing van de hardheidsclausule.