ECLI:NL:GHSGR:2011:BR2497
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.A. Schuering
- Rechtspraak.nl
Ontslag van instantie wegens niet tijdige betaling griffierecht in hoger beroep
Appellant heeft tijdig hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 15 oktober 2010 en de geïntimeerden gedagvaard voor de rolzitting van 15 februari 2011. Hoewel geïntimeerden door hun advocaat zijn vertegenwoordigd, heeft appellant nagelaten het griffierecht binnen de gestelde termijn van vier weken na de eerste roldag te voldoen.
Volgens artikel 3 lid 3 van Pro de Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) dient het griffierecht uiterlijk binnen vier weken na de eerste roldag te zijn bijgeschreven. Appellant heeft dit niet gedaan, waardoor het hof op 29 maart 2011 heeft besloten het arrest te wijzen op basis van het griffiedossier.
Het hof oordeelt dat geen omstandigheden zijn aangevoerd die een onbillijkheid van overwegende aard opleveren bij toepassing van artikel 127 lid 2 Rv Pro. Daarom wordt appellant ontslagen van verdere behandeling van het hoger beroep en veroordeeld in de proceskosten, vastgesteld op € 284 voor verschotten en € 447 voor het salaris van de advocaat van geïntimeerde.
Uitkomst: Appellant wordt ontslagen van verdere behandeling wegens niet tijdige betaling van het griffierecht en veroordeeld in de proceskosten.