ECLI:NL:GHSGR:2011:BR2527
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verlenging van uitlening door bibliotheken is geen nieuwe openbaarmaking volgens Auteurswet
Stichting Leenrecht en de Vereniging Openbare Bibliotheken (VOB) stonden tegenover elkaar over de vraag of verlenging van de uitlening van een werk door bibliotheken moet worden aangemerkt als een nieuwe uitlening in de zin van artikel 12, lid 1, sub 3º van de Auteurswet. Stichting Leenrecht stelde dat verlenging een nieuwe uitlening is, waarover een nieuwe leenrechtvergoeding verschuldigd zou zijn, terwijl VOB dit betwistte en primair een verklaring voor recht vorderde dat verlenging geen nieuwe uitlening is.
Het hof overwoog dat het begrip uitlening richtlijnconform autonoom Unierechtelijk moet worden uitgelegd en dat verlenging geen nieuwe uitlening inhoudt omdat het werk niet eerst wordt teruggegeven en opnieuw wordt uitgeleend, maar de uitlening voortduurt. Dit strookt met de definitie van uitlening in de VRL en de Auteurswet. Ook civielrechtelijk is verlenging geen nieuwe bruikleenovereenkomst maar een voortzetting van de bestaande.
Verder oordeelde het hof dat het feit dat bibliotheken een vergoeding voor verlenging vragen niet betekent dat dit een nieuwe uitlening is. De billijke vergoeding die auteurs ontvangen, geldt voor de gehele uitleenperiode inclusief verlenging. Stichting Leenrecht's beroep op de drie-stappentoets en eerdere afspraken faalt. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt Stichting Leenrecht in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat verlenging van de uitlening geen nieuwe uitlening is en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.