ECLI:NL:GHSGR:2011:BR2607
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag omzetbelasting na onjuiste toepassing kleine ondernemersregeling
Belanghebbende heeft voor het jaar 2004 de kleine ondernemersregeling onjuist toegepast en op aangifte een nihil bedrag aan omzetbelasting opgegeven. Na een administratieve controle legde de Inspecteur op 27 oktober 2009 een naheffingsaanslag op van €1.864, bestaande uit de verschuldigde belasting en heffingsrente.
In hoger beroep staat centraal of deze naheffingsaanslag terecht is opgelegd en of de Inspecteur daarbij algemene beginselen van behoorlijk bestuur heeft geschonden. Het hof oordeelt dat naheffing ook mogelijk is zonder nieuw feit, ook als de Inspecteur de gegevens al kende. De stelling dat de Inspecteur door vertraagde oplegging vertrouwen heeft gewekt faalt, omdat de belastingplichtige primair verantwoordelijk is voor juiste aangifte en de Inspecteur pas bij naheffing een standpunt inneemt.
Verder zijn geen feiten gesteld die wijzen op schending van andere algemene beginselen. Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt het vonnis van de rechtbank. De uitspraak is op 20 juli 2011 in het openbaar gedaan door mr. W.M.G. Visser.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag omzetbelasting en verklaart het hoger beroep ongegrond.