ECLI:NL:GHSGR:2011:BR2612
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning en afwijzing bezwaren tegen OZB- en rioolheffing
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning per 1 januari 2009, die was vastgesteld op €413.000, en tegen de daarop gebaseerde aanslagen onroerendezaakbelasting (OZB) en rioolheffing. Het geschil betrof de vraag of de waarde te hoog was vastgesteld, mede vanwege de vermeende toepassing van inferieur hout in de woning.
De Inspecteur overlegde een taxatierapport met vergelijkingsobjecten die qua type, ligging en bouwjaar voldoende overeenkwamen met de woning. Het hof oordeelde dat de Inspecteur met dit rapport aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. De stellingen van belanghebbende over waardedrukkende factoren en inferieur hout werden niet onderbouwd of onvoldoende aannemelijk gemaakt.
Ook de bezwaren tegen de verhoging van het OZB-tarief en de aanslag rioolheffing werden afgewezen, omdat deze niet konden worden getoetst aan de gestelde wettelijke bepalingen en het tarief correct was toegepast. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de WOZ-waarde van €413.000 en wijst het hoger beroep ongegrond.