ECLI:NL:GHSGR:2011:BR2844

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
15 februari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.045.218
Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • van Nievelt
  • Husson
  • van Dijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling na beëindiging relatie en de vraag tot terugvordering van het betaalde bedrag

Partijen hadden een affectieve relatie die in januari 2007 definitief werd beëindigd door de man. De vrouw vroeg de man per e-mail om een symbolische betaling van €10.000 wegens het door hem veroorzaakte leed tijdens de relatie. De man betaalde daarop €15.000, meer dan het gevraagde bedrag, en gaf later aan dat hij de betaling ondoordacht had gedaan en verzocht om terugbetaling.

De rechtbank had de man in eerste aanleg gelijk gegeven en de vrouw veroordeeld tot terugbetaling. In hoger beroep stelde de vrouw dat door haar verzoek en de daaropvolgende betaling een rechtsgeldige overeenkomst tot stand was gekomen, waarbij de man de natuurlijke verbintenis had voldaan en daarmee zijn schadeclaim had opgegeven.

Het hof oordeelde dat de man door de betaling de stelling van de vrouw dat hij haar schade had berokkend, onderschreef en dat er geen grond was voor terugvordering. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en de vordering van de man werd afgewezen. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: De vordering van de man tot terugbetaling van €15.000 wordt afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE
Sector familie
Zaaknummer : 200.045.218/01
Rolnummer rechtbank : HA ZA 08-3311
arrest van de familiekamer d.d. 15 februari 2011
inzake
[de vrouw]
wonende te [adres],
appellante, hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. M.R.P. Drielsma te ’s-Gravenhage,
tegen
[de man],
wonende te [adres],
geïntimeerde,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. R.N.E. Visser te Amsterdam.
Het geding
Bij dagvaarding van 30 september 2009 is de vrouw in hoger beroep gekomen van het vonnis van 1 juli 2009 van de rechtbank 's-Gravenhage tussen partijen gewezen. Zij heeft daarbij gevorderd om het vonnis te vernietigen, de man in de in eerste aanleg ingestelde vorderingen niet ontvankelijk te verklaren althans die vorderingen af te wijzen met veroordeling van de man in de kosten van het geding in beide instanties.
De man heeft op 5 oktober 2009 een anticipatie-exploot doen uitbrengen.
De vrouw heeft bij memorie van grieven, onder overlegging van een productie vier grieven geformuleerd.
De man heeft een memorie van antwoord genomen onder overlegging van producties en heeft onder overlegging van het dossier arrest gevraagd.
Beoordeling van het hoger beroep
1. Het hof gaat uit van de feiten, zoals genoemd in het bestreden vonnis sub 2 nu daartegen geen grieven zijn gericht.
2. Het gaat om het volgende.
Partijen hebben een affectieve relatie gehad en in januari 2007 heeft de man de relatie definitief beëindigd. De vrouw heeft aan de man op 28 maart 2007 een e-mail gezonden en gevraagd om betaling van € 10.000,- “for the damage you caused. A symbolic expression of how I feel and nowadays the only socially acceptable way of forcing people to accept responsibility for their actions in relationships(…) It is up to you and your conscience what you are going to do with this message.”
De man heeft op 30 maart 2007 een bedrag van € 15.000,- aan de vrouw overgemaakt en haar op 31 maart 2007 gemaild “Without thinking about it for too long I transferred 15,000 into your account because I wanted to feel better about myself and to help you.(….) it’s not that I don’t feel responsible for the pain I’ve caused. But, I’ve now had a day to think about it and I’m sorry but I don’t think I should have transferred the money (…) So I’m asking you to transfer the money back into my account (…)”.
De rechtbank heeft de vordering van de man toegewezen en de vrouw tot betaling veroordeeld.
3. In hoger beroep stelt de vrouw de vraag aan de orde of zij gehouden is het door de man aan haar betaalde bedrag van € 15.000,- aan de man terug te betalen. De grieven leggen het geschil in volle omvang voor en het hof zal deze gezamenlijk behandelen.
4. Het hof overweegt als volgt.
De vrouw heeft de man gevraagd om betaling van een symbolisch bedrag van € 10.000,- voor het door de man in haar visie aangedaan leed gedurende hun relatie. De man heeft daarop gereageerd met een betaling van € 15.000,- en heeft dat bedrag nadien teruggevorderd. De vrouw heeft, zo begrijpt het hof, de man uitgenodigd een bedrag te betalen omdat zij zich door zijn houding/handelen gedurende de relatie gekrenkt voelde. Op deze uitnodiging is de man ingegaan door haar een bedrag van € 15.000,- over te maken.
Aldus is naar het oordeel van het hof een rechtsgeldige overeenkomst tot stand gekomen, waarbij de man is ingegaan op het verzoek van de vrouw. Door de betaling wordt de man geacht de stelling van de vrouw dat de man haar schade – van welke aard dan ook – heeft berokkend, te onderschrijven en door in te gaan op het voorstel tot betaling is vervolgens geen enkele grond aanwezig op basis waarvan de man terugbetaling zou kunnen vorderen.
Het hof deelt niet het oordeel van de rechtbank dat de wilsverklaring van de man, inhoudend dat hij, zoals blijkt uit de betaling, akkoord ging met de uitnodiging tot betaling, eerst rechtsgevolg heeft indien de andere partij deze wilsverklaring heeft bereikt. Door aan het verzoek om te betalen gehoor te geven heeft de man daadwerkelijk voldaan aan een natuurlijke verbintenis, die beide partijen op dat moment kennelijk aldus hebben ervaren.
5. Het bovenstaande leidt tot het oordeel, dat het bestreden vonnis wordt vernietigd en de vordering van de man alsnog wordt afgewezen. De proceskosten zullen worden gecompenseerd, zoals hierna vermeld.
Beslissing
Het hof:
vernietigt het vonnis van 1 juli 2009 van de rechtbank 's-Gravenhage en opnieuw rechtdoende:
wijst de vorderingen van de man af;
compenseert de proceskosten in beide instanties aldus, dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door mrs. van Nievelt, Husson en van Dijk en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 februari 2011 in aanwezigheid van de griffier.