ECLI:NL:GHSGR:2011:BR3349
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Mos-Verstraten
- Van Dijk
- Mink
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij overbrenging minderjarige naar buitenland
De zaak betreft een geschil over de afgifte van een minderjarige na diens overbrenging naar het buitenland door de vader. De moeder vorderde afgifte van het kind en stelde dat de overbrenging ongeoorloofd was, waardoor de Nederlandse rechter bevoegd zou zijn.
Het hof stelde vast dat de gewone verblijfplaats van het kind tot de overbrenging in Nederland was en dat partijen een rechtsgeldige overeenkomst hadden gesloten waarin de vader het kind meenam naar het buitenland met instemming van de moeder. Hierdoor was de overbrenging niet ongeoorloofd in de zin van artikel 10 Brussel Pro IIbis.
Omdat het kind op het moment van de procedure haar gewone verblijfplaats in het buitenland had, was de Nederlandse rechter niet bevoegd om van de vordering kennis te nemen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter en bepaalde dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.
Uitkomst: Het hof verklaart de Nederlandse rechter onbevoegd en wijst de vordering van de vrouw af.