ECLI:NL:GHSGR:2011:BR3491
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- P.J.J. Vonk
- J.W. baron van Knobelsdorff
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over de kwalificatie van nevenactiviteiten als bron van inkomen voor inkomstenbelasting
Belanghebbende was fulltime in dienst bij een bank en verrichtte daarnaast nevenactiviteiten op het gebied van ondernemingswaardering en accountancy. Hij had zich ingeschreven als eenmanszaak en richtte samen met familieleden een Indonesische vennootschap op. Voor de jaren 2005 en 2008 werd door de Inspecteur aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd, welke belanghebbende betwistte.
De rechtbank oordeelde dat in 2005 redelijkerwijs niet kon worden verwacht dat de nevenactiviteiten positieve opbrengsten zouden opleveren en dat er dus geen sprake was van een bron van inkomen. Belanghebbende voerde aan dat hij in latere jaren wel omzet behaalde, maar de rechtbank vond de resultaten na aftrek van kosten negatief. Ook de voorlopige aanslag 2008 werd gehandhaafd.
Het Hof onderschrijft deze oordelen en concludeert dat ook in hoger beroep onvoldoende feiten zijn gesteld om aan te nemen dat er in 2005 of 2008 een bron van inkomen was. De voorlopige aanslag 2008 wordt verminderd tot het belastbare inkomen exclusief het positieve resultaat uit overige werkzaamheden. Proceskosten worden niet toegewezen, maar het griffierecht wordt aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat in 2005 geen bron van inkomen bestond en vermindert de voorlopige aanslag 2008 tot een belastbaar inkomen van €36.549.