ECLI:NL:GHSGR:2011:BR3775
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.N. Labohm
- C.M. Dusamos
- van Dijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep waardering ondernemingsvermogen en aandelen in BV na echtscheiding
In deze zaak staat de waardering van het ondernemingsvermogen en de aandelen in een besloten vennootschap centraal, onderdeel van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap na echtscheiding. De man is appellant en stelt dat de rechtbank ten onrechte is uitgegaan van een verkoopwaarde, terwijl de onderneming een bron van inkomsten is die niet verkocht zal worden. De vrouw is geïntimeerde en onderschrijft het deskundigenrapport dat de waarde bepaalt volgens de DCF-methode.
Het hof overweegt dat de waardering van ondernemingsvermogen niet in het Burgerlijk Wetboek is geregeld en dat de rechter de uitgangspunten bepaalt als partijen het niet eens worden. De door de deskundige gehanteerde uitgangspunten passen binnen de rechtspraak, waarbij continuïteit en stand-alone voortzetting van de onderneming centraal staan. De DCF-methode wordt als een gangbare waarderingstechniek beschouwd, waarbij goodwill niet apart wordt gewaardeerd.
Gezien de bezwaren van de man tegen de gehanteerde grondslagen beveelt het hof een nader deskundigenonderzoek onder leiding van een register valuator. Tevens worden partijen en hun adviseurs opgeroepen voor een regiezitting om de waarderingsgrondslag en vragen aan de deskundige te bespreken. Daarnaast behandelt het hof bewijsaanbiedingen over een vermeende bankrekening en een geldlening van de vader van de man, en besluit het hof tot een tussenarrest waarbij verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: Het hof beveelt een nader deskundigenonderzoek naar de waardering van de onderneming en houdt verdere beslissing aan.