ECLI:NL:GHSGR:2011:BR3872
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Kamminga
- De Haan-Boerdijk
- Stollenwerck
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid appelrechter bij terugvordering kosten bijstand vóór 2002
De man kwam in hoger beroep tegen een beschikking van de kantonrechter Rotterdam van 27 februari 1997, waarin terugvordering van bijstandskosten over de periode van 1 oktober 1991 tot 31 januari 1993 werd vastgesteld. De gemeente Rotterdam voerde verweer en verzocht het hof de beschikking te bekrachtigen.
Het hof oordeelde ambtshalve dat het niet bevoegd was kennis te nemen van het hoger beroep, omdat de bestreden beschikking dateert van vóór de procesrechtelijke wijziging van 1 januari 2002. Op grond van de toen geldende wetgeving was de rechtbank de bevoegde appelrechter, niet het hof.
Daarom verklaarde het hof zich onbevoegd en verwees de zaak naar de rechtbank Rotterdam voor behandeling van het hoger beroep. De beslissing over de proceskosten werd aan de rechtbank overgelaten.
De beschikking van de kantonrechter bepaalde dat de man maandelijks een bedrag moest betalen tot een totaal van 27.811,71 gulden, en dat derdenbetalingen aan de man aan de gemeente moesten worden uitgekeerd. Het hoger beroep betrof de vernietiging van deze beschikking en afwijzing van het terugvorderingsverzoek.
Uitkomst: Het hof verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de rechtbank Rotterdam als bevoegde appelrechter.