4.5.2 [X.] voert aan dat zij geen bankgarantie kan geven voor een bedrag van € 7.500,-- aangezien zij daarvoor onvoldoende middelen heeft. [X.] heeft dit in haar gedingstukken niet door middel van enig volledig financieel overzicht onderbouwd, doch - op enkele bedragen na - voor de onderbouwing van haar standpunt slechts verwezen naar de door haar overgelegde producties. Het hof zal derhalve de inhoud van deze producties bespreken.
Uit de door haar zelf overgelegde aangifte voor het recht van successie, door [X.] ondertekend op 5 april 2006, blijkt dat zij op grond van de gemeenschap van goederen, waarin zij gehuwd was, recht had op 50 % van een bedrag van € 48.754,30, derhalve een bedrag van € 24.377,15. Daarbij verdient opmerking dat in dit overzicht de waarde van de echtelijke woning in [voormalige woonplaats] is opgenomen voor een bedrag van 65 % van de waarde onbewoond. [X.] heeft noch in eerste aanleg noch in hoger beroep vermeld of deze woning inmiddels verkocht is en, indien dit het geval is, welk bedrag hiervoor ontvangen is. Terecht wijst ING Schadeverzekering er op dat [X.] dit punt had behoren toe te lichten. Dit klemt temeer nu [X.] niet heeft weersproken dat zij inmiddels geruime tijd in de Filippijnen woont.
Blijkens voornoemd overzicht heeft [X.] voorts als erfgenaam recht op een bedrag van € 6.418,46. Voor alle duidelijkheid merkt het hof op dat de onderhavige vordering op ING Schadeverzekering niet in dit overzicht is opgenomen.
Voorts blijkt uit dit overzicht dat [X.] recht heeft op een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet, een nabestaandenpensioen van ABP van € 1.315,08 per jaar en een pensioenuitkering van Nationale Nederlanden van € 3.177,96 per jaar.
Ten slotte heeft [X.] naar eigen zeggen nog een vordering op [Z.] ten bedrage van € 2.275,--. Met ING Schadeverzekering is het hof van oordeel dat uit de door [X.] terzake overgelegde productie (een dagvaarding strekkende tot een veroordeling van [Z.] tot betaling van € 3.725,-- te vermeerderen met rente en een verstekvonnis, waarbij een niet met name genoemde gedaagde partij veroordeeld wordt de vordering “zoals omschreven in de dagvaarding” te betalen) veeleer volgt dat het gaat om een vordering van € 3.725,--. [X.] is niet ingegaan op dit punt.
[X.] heeft niets vermeld omtrent haar financiële situatie in de Filippijnen, met name niet of zij daar enige grond en/of woning in eigendom heeft. Gelet op het verweer van ING Schadeverzekering en de opmerkingen daarover van de rechtbank had [X.] daar in ieder geval in hoger beroep enige duidelijkheid over dienen te verschaffen.
Uit het voorgaande valt naar het oordeel van het hof niet af te leiden dat [X.] in een zodanig slechte financiële situatie verkeert dat zij geen zekerheid kan stellen voor een bedrag van € 7.500,--. Daarbij heeft het hof in aanmerking genomen dat het bedrag van € 6.418,46 is opgegaan aan allerlei kleine uitgaven, zoals [X.] heeft gesteld.
De door [X.] overgelegde aangifte inkomstenbelasting 2005 leidt gelet op de summiere inhoud daarvan niet tot enige wijziging in dit standpunt.