ECLI:NL:GHSGR:2011:BR4518

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
11 maart 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
22-004628-09
Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Ontslag van rechtsvervolging
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J. Borgesius
  • A.V. van den Berg
  • M.A. van der Ham
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 lid 3 Wet op de economische delictenWet arbeid vreemdelingen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag van rechtsvervolging wegens ontbreken strafbaar feit arbeid zonder vergunning

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld wegens het laten verrichten van arbeid door twee vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning, in strijd met de Wet arbeid vreemdelingen. In hoger beroep heeft het hof vastgesteld dat het bewezenverklaarde feit niet is gekenmerkt als misdrijf of overtreding binnen deze wet, hetgeen in strijd is met artikel 2, derde lid, van de Wet op de economische delicten.

Het hof achtte het bewezen dat de verdachte als werkgever twee vreemdelingen zonder vergunning arbeid heeft laten verrichten, maar kon dit feit niet strafrechtelijk kwalificeren. Hierdoor kon geen strafbaar feit worden vastgesteld. De advocaat-generaal had een taakstraf en geldboete gevorderd, maar het hof kon deze vorderingen niet overnemen.

Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak de verdachte vrij van alle rechtsvervolging wegens het ontbreken van een strafbaar feit. De verdachte werd niet geschaad in haar verdediging door eventuele taal- of schrijffouten in de tenlastelegging. Het arrest werd gewezen door drie rechters, waarvan een niet kon ondertekenen.

Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens het ontbreken van een strafbaar feit.

Uitspraak

Rolnummer: 22-004628-09
Parketnummer: 09-867524-09
Datum uitspraak: 11 maart 2011
TEGENSPRAAK
Gerechtshof te 's-Gravenhage
economische kamer
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage van 23 juni 2009 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1984,
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 25 februari 2011.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 80 uren subsidiair 40 dagen hechtenis, alsmede tot een voorwaardelijke geldboete van € 10.000,-- subsidiair 100 dagen hechtenis met een proeftijd van 2 jaren.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een geldboete van € 15.000,-- subsidiair 100 dagen hechtenis.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
zij op of omstreeks 10 februari 2009 te 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland, in strijd met de Wet arbeid vreemdelingen, als werkgever twee vreemdelingen, te weten [werknemer A] en/of [werknemer B], althans in ieder geval een of meer vreemdelingen, arbeid heeft laten verrichten, zonder tewerkstellingsvergunning.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
zij op of omstreeks 10 februari 2009 te 's-Gravenhage, in strijd met de Wet arbeid vreemdelingen, als werkgever twee vreemdelingen, te weten [werknemer A] en [werknemer B], arbeid heeft laten verrichten, zonder tewerkstellingsvergunning.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het hof heeft vastgesteld dat het bewezenverklaarde feit in de Wet arbeid vreemdelingen niet is gekenmerkt als misdrijf dan wel als overtreding, een en ander in strijd met artikel 2, derde lid, van de Wet op de economische delicten. Dientengevolge kan niet worden gekwalificeerd welk strafbaar feit het bewezenverklaarde oplevert.
De verdachte moet derhalve ter zake van dat feit worden ontslagen van alle rechtsvervolging.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.
Verklaart dat niet kan worden gekwalificeerd welk strafbaar feit het bewezenverklaarde oplevert en ontslaat de verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging.
Dit arrest is gewezen door mr. J. Borgesius, mr. A.V. van den Berg en mr. M.A. van der Ham, in bijzijn van de griffier mr. N.R. Achterberg.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 11 maart 2011.
Mr. M.A. van der Ham is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.