ECLI:NL:GHSGR:2011:BR4872
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Th. Groeneveld
- P.J.J. Vonk
- B. van Walderveen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van stortingen als eigen vermogen of geldlening in aanmerkelijk belang B.V.
Belanghebbende, bestuurder en enig aandeelhouder van een B.V., had in de jaren 2003 tot en met 2005 meerdere stortingen gedaan op de rekening-courant van de vennootschap. Hij stelde dat deze stortingen geldleningen waren en dat hij daardoor een negatief resultaat uit overige werkzaamheden kon aangeven vanwege afwaardering van de vordering.
De Inspecteur stelde dat de stortingen geen leningen waren, maar informele kapitaalverschaffingen ter aanzuivering van het negatieve eigen vermogen van de B.V. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat sprake was van geldleningen en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep bevestigde het hof dit oordeel. Het hof stelde vast dat geen leningsovereenkomsten of renteafspraken waren gemaakt, en dat de situatie van de B.V. zodanig slecht was dat een onafhankelijke derde dergelijke bedragen niet zonder zekerheid zou hebben verstrekt. Het hof concludeerde dat de stortingen geen terbeschikkingstelling in de zin van artikel 3.92 Wet IB 2001 vormden en dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde.
Het hof wees het hoger beroep af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de stortingen geen geldleningen waren maar informele kapitaalverschaffingen, waardoor geen negatief resultaat uit overige werkzaamheden kan worden geclaimd.